De Deskundigen waarschuwen ervoor dat de veiligheid op lange termijn van onderzoeksembryo's voor genetische ziekten ongecontroleerd gaat.
Is de genetische diagnose (PGD) van Preimplantation een manier om te controleren dat een embryo van geërfte ziekten vrij is alvorens het in de te kweken uterus wordt gezet.
PGD is een vrij nieuwe procedure en eerst in 1990 als experimentele procedure geïntroduceerd. Het impliceert het verwijderen van een cel uit een embryo wanneer het rond drie-dagen oud is en de deskundigen zeggen dat alle geboren babys nadat PGD wordt opgevolgd om geen ongunstige gevolgen dit te controleren zouden kunnen hebben.
Sinds 1990 schat men dat meer dan 1.000 babys na PGD geboren zijn geweest en de vergunningen voor PGD aan het scherm voor de genetische vorm van de blaasbindweefselvermeerdering en ziekte van Huntington zijn verleend.
In November 2001, keurde de Menselijke Instantie van de Bemesting en (HFEA) van de Embryologie met voorwaarden goed waarin PGD in het kader van het Menselijke Akte van de Bemesting en van de Embryologie (1990) en overeenkomstig de resultaten van een openbare raadpleging zou kunnen worden gebruikt over de aanvaardbaarheid van PGD.
Men zegt dat PGD ook kan worden gebruikt om een geërfte vorm van darmkanker geroepen familie adenomatous polyposis te controleren en dat de embryo's ook kunnen zuiver worden geselecteerd omdat zij een weefselgelijke voor zieke sibling zijn.
Er zijn acht centra in het UK die momenteel PGD aan paren van families met een sterke geschiedenis van geërfte ziekten aanbieden en ongeveer 100 cycli van PGD worden uitgevoerd daar elk jaar. Wereldwijd zijn er ongeveer 1.000, volgens HFEA.