Read in | English | Español | Français | Deutsch | Português | Italiano | 日本語 | 한국어 | 简体中文 | 繁體中文 | Nederlands | Русский | Svenska | Polski

Volwassen overlevenden van kinderjarenkanker en werkloosheid

Published on May 23, 2006 at 2:16 AM · No Comments

De Volwassenen met kanker van geschiedeniskinderjaren zullen eerder dan de algemene bevolking, volgens een nieuw overzicht werkloos zijn.

Gepubliceerd in 1 Juli, openbaart de uitgave van 2006 van KANKER, een peer-herzien dagboek van de Amerikaanse Maatschappij van Kanker, het rapport dat de werkgelegenheidsproblemen door kankertype verschilden, met overlevenden van sommige kankertypes tot vijf keer waarschijnlijker werkloos te zijn. Onder andere factoren verbonden aan verhoogd risico van werkloosheid leefden in Amerika, jongere leeftijd, en vrouwelijk geslacht. Dit is de eerste studie om werkgelegenheid en kinderjaren de gegevens van de kankeroverlevende van de correcte gepubliceerde studies het meest methodologisch bijeen te voegen en te analyseren.

De prognose voor kinderen met kanker wordt gediagnostiseerd die is uitstekend. Meer dan zeven in tien pediatrische kankerpatiënten overleven nu meer dan vijf jaar en de meesten van die overleven aan volwassenheid. De Overleving is niet zonder secundaire problemen, zoals andere kanker, hartkwalen, hormoonabnormaliteiten, onvruchtbaarheid, chronische moeheid en depressie. Deze klachten kunnen levenslange impairments zijn aan sociale ontwikkeling en welzijn. Voor de meeste mensen, en in het bijzonder kanker zijn overlevenden, de werkgelegenheid en de professionele carrière belangrijke persoonlijke factoren van zelf-beeld en vertrouwen. Voor overlevenden, kan kanker hen van dat en veel andere sociale ervaringen roven.

A.G.E.M. DE Boer, Ph.D. van het Instituut Coronel voor BeroepsGezondheid, Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en collega's vatte en analyseerde systematisch gegevens van 40 studies samen die de kwesties onderzochten van of de overlevenden van kinderjarenkanker een groter risico van werkloosheid dan de algemene bevolking hebben, en welke factoren zich bij risicoindividuen en groepen kunnen identificeren.