De Jonge overlevenden van de holocaust zijn vaak verteld van hun vroege jaren dat zij „goed de oorlog“ overleefden en dat „zij gelukkig niet die vreselijke tijd zijn kunnen herinneren.“
Zij dan vaak verbinden geen problemen die zij in the present day, nu zij 60 of ouder zijn, met vroeg trauma hebben. Terwijl de link absoluut daar is, als Elisheva Van der Hal-Van Raalte heeft aangetoond. Op 16 Mei hoopt zij om haar die doctoraatstitel te verkrijgen bij het empirische onderzoek naar de gevolgen van oorlogstrauma's wordt gebaseerd in vroege kinderjaren op the present day welzijn van holocaustoverlevenden. Van der Hal: Het „Vroege trauma kan life-long gevolgen hebben.“
Van der Hal, zelf een oorlogskind, werkte 20 jaar als psychotherapist met overlevenden van de holocaust. Zij nam vaak een verband tussen the present day welzijn van haar cliënten en hun kinderjarenervaringen in oorlogstijd waar. „Ik wil doctoraal onderzoek gebruiken om empirische steun voor mijn klinische observaties te vinden,“ zij zegt. De Deelnemers in het onderzoek waren 203 oorlogsoverlevenden, geboren tussen 1935 en 1944 in Europese landen bezet door Nazis, en wie nu in Israël leven. Van der Hal vroeg hen om een vragenlijst te voltooien die haar informatie over de omstandigheden giviing waarin zij in de vroege jaren na de oorlog hadden geleefd. Zij beoordeelde hun het huidige psychologische functioneren door de productie van cortisol van het spanningshormoon te meten.
Wat ontdekte zij? De „jongste overlevenden in het bijzonder, die geboren tussen 1941 en 1944, ervaren negatieve gevolgen in het recentere leven als resultaat van hun kinderjarenontberingen. Deze groep miste de brandkast en beschermde vooroorlogse situatie. De Kinderen waren geboren in families die volledig door de verschrikking van het regime van Nazien werden verscheurd. Tijdens de eerste jaren van hun kinderjaren ervoeren zij niet de veiligheid en de bescherming die voor gezonde ontwikkeling.“ zo belangrijk is
Voor vele holocaustoverlevenden hield op het trauma niet toen de oorlog eindigen. De Naoorlogs zorg verliet vaak dat a great deal werd gewenst. Dit, ook, was niet zonder zijn gevolgen voor oorlogskinderen, zoals Van der Hal's het onderzoek heeft aangetoond. „Overlevenden die de ervaren slechte of ontoereikende naoorlogs zorg meer fysieke, psychosociale en emotionele problemen nu heeft. Mijn onderzoek toont hoe belangrijk het is dat de jonge oorlogsslachtoffers juiste steun.“ worden gegeven
In termen van de nazorg van oorlogskinderen is het niet genoeg om slechts de kinderen te steunen. Van der Hal benadrukt dat de ouders of de werkers uit de hulpverlening in het steunplan moeten worden omvat. „Na de Tweede Oorlog van de Wereld, werden de ouders, zoals kinderen, streng beïnvloed door de gevolgen van de oorlog. Dientengevolge, waren zij niet altijd beschikbaar emotioneel voor hun eveneens getraumatiseerde kinderen. Na een ramp of een volkerenmoord is het daarom belangrijk dat de ouders, ook, steun ontvangen, zodat zij adequate zorg voor hun kinderen kunnen verstrekken.“