Omdat zelfs het milde astma onder jonge centrumkinderen onvoorspelbaarder schijnt te zijn dan ooit, is vier of meer controles een jaar na diagnose een wijze beweging als haag tegen gevaarlijke opflakkeringen van het piepen en reizen aan de noodsituatieruimte, volgens een studie van het Centrum van de Kinderen van Johns Hopkins.
De Huidige astmarichtlijnen vragen follow-up van één tot zes maanden na diagnose, maar zes maanden kunnen voor vele patiënten, onderzoekersrapport in de kwestie van November van Pediatrie te lang zijn.
De onderzoekers van de Kinderen van Hopkins bestudeerden 150 astmatische kinderen van de Stad van Baltimore 2 tot 6 jaar oud en waren „verrast“ om te vinden dat bijna de helft die met het mildste astma bij hun eerste bezoek verergerende symptomen zodra drie later maanden had. De veranderingen waren zo ernstig dat zij of nieuwe drugs of nieuwe dosissen vereisten.
„Wij weten het astma een onstabiele ziekte is, maar wij onderschatten enkel hoe onvoorspelbaar het zich in tijd, vooral in centrumjonge geitjes kon gedragen,“ bovengenoemde onderzoeker Hemant Sharma, M.D., een pediatrische allergist bij Kinderen Hopkins. De „Artsen en de ouders moeten waakzamere en programma minstens controles van drie maanden zijn zelfs als het kind schijnt om boete te doen.“
De bevindingen stellen ook voor dat pediatricians hun nadruk vanaf ziektestrengheid bij diagnose naar ziektecontrole zouden moeten verplaatsen.
De „controle van het Astma schijnt een betere barometer van het risico van een kind voor een opflakkering te zijn dan aanvankelijke beoordeling van symptomen, een nietje is dat vele artsen als hun maatstaf voor behandeling en follow-up gebruiken,“ bovengenoemde hoofdonderzoeker Gregory Diette, M.D., M.H.S., een longspecialist op de School van Johns Hopkins van Geneeskunde.